OEKRAÏNE: DE LENTE VAN DE VOLKEREN KOMT NAAR EUROPA

Zbigniew Marcin Kowalewski

 

De Arabische Lente kwam in de winter van 2010 vlakbij Europa: in de landen aan de andere kant van de Middellandse Zee. Vier jaar later, weer in de winter, zien we dat deze lente van de volkeren niet alleen een Arabisch fenomeen is. Ze is ook in Europa uitgebroken, zij het in de periferie van de Europese Unie. We realiseren ons nauwelijks in welke mate het proces van kapitalistische integratie in Europa bijgedragen heeft aan de explosieve opeenhoping van spanningen in haar nabije periferie buiten Europa. Dit is nog meer het geval bij de periferie in Europa zoals Oekraïne. Het verband was deze keer direct duidelijk zichtbaar: oorspronkelijk brak het conflict uit over het vraagstuk van een verdrag met de EU. Dit was de eerste leuze die mensen op de been bracht, die leidde tot de geboorte van een massabeweging en tot grote onrust inclusief de dreiging van een oorlog. Niet een burgeroorlog zoals in Libië of Syrië – hoewel dat werd verwacht en er toe aangezet werd door Rusland en in alle met haar verbonden propagandanetwerken in de wereld – maar een internationale oorlog.

Een lente van de volkeren is altijd verrassend. Het gebeurt soms in een land op een totaal onverwachte manier, als een donderslag bij heldere hemel. Echter, na de gebeurtenissen is het duidelijk dat er niets verrassends aan is en is het duidelijk waarom het daar en niet elders is gebeurd. Dat is ook nu het geval. Op de politieke wereldkaart is Oekraïne is een geweldige historische anomalie, een afwijking ten opzichte van een bepaalde, zeer significante ‘typische waarde’ op zijn minst op Europees niveau. Het grootste land in Europa qua oppervlakte na Rusland, en een van de grootste in termen van bevolking, is maar net 23 jaar een onafhankelijke staat. Dit op een continent waar lange tijd de ‘typische waarde’ gold voor de nationale staten van alle grote naties, zelfs degenen die veel kleiner zijn dan de Oekraïense natie. Historische anomalieën leiden tot de meest diverse tegenstellingen, die veel makkelijker dan elders leiden tot kruitvaten.

 

Het gewicht van de langdurige onderdrukking

 

Oekraïne draagt een buitengewone last van enkele eeuwen van nationale onderdrukking, vooral door Polen en Rusland. In de Sovjet-Oekraïne kwam, na enige jaren van sterke positieve discriminatie die bekend staat als Oekraïnisatie, met de komst van het stalinistische regime een terugkeer van het beleid van russificatie waarachter het Russische imperialisme verborgen zat. Intellectuelen werden afgeslacht en enkele miljoenen boeren, dat wil zeggen de basis van de nationale identiteit, werden uitgeroeid door hongersnood. Na de Tweede Wereldoorlog raakte russificatie de hele nu verenigde Oekraïne, hoewel in het westen van het land, dat eerder onder het Poolse koloniale juk zat, een krachtig anti-Sovjet-verzet zich tot het midden van de jaren 50 wist te handhaven. Met uitzondering van de periode van de regering van Petro Sjelest (1963-1972), werd de russificatie vrijwel tot de val van de Sovjet-Unie voortgezet. Aan de vooravond van het uitroepen van de onafhankelijkheid door Oekraïne, schreef ik in het tijdschrift ‘Nouvelle Europe’, uitgegeven door het Europees Parlement : ‘Wat het Oekraïense proces kwetsbaar maakt is het feit dat het gaat om een natie zonder staat die, met een langdurige periode van onderdrukking achter zich, haar nationale vorming nog niet heeft voltooid.’ [ 1 ]. En dit is nog steeds het geval. Nauwelijks twee decennia bestaan als een staat is te kort om de erfenis die deze onderdrukking in de Oekraïense samenleving heeft achtergelaten te overwinnen.

Vandaar de grote verschillen in de opstand van de massa’s – de tweede nu, na de ‘Oranje revolutie’ – in de verschillende regio’s van het land. Gericht tegen een regime waarvan de belangrijkste basis in het oosten van het land ligt, heeft ze zich verspreid in de regio’s in het westen en het centrum, de bakermat van de pro-onafhankelijkheidsbewegingen na de Eerste Wereldoorlog. Vandaar ook de paradoxale tegenstelling tussen deze historisch zeer vertraagde nationale beweging, die streeft naar het consolideren van een onafhankelijke staat, en de wens om toe te treden tot de EU – die als instrument van de kapitalistische globalisering – nationale staten verzwakt en beperkt in hun soevereiniteit.

Het wijzen op deze tegenstelling betekent helemaal niet het instemmen met degenen die genieten van de voorrechten verbonden aan het lidmaatschap van dit welvarende en selecte fort Europa en die Oekraïne adviseren om er buiten te blijven. Dat is een teken van chauvinisme van de bevoorrechten. De toegang tot de arbeidsmarkt van de EU sinds 2004 heeft miljoenen Polen uit armoede en honger gered, en veel Oekraïners weten dit. In de landen van de EU heeft links de plicht om solidair te zijn met de uitgesloten volkeren van het Oosten en het Zuiden. Het argument dat hen in de EU sociaal rampzalige neoliberale hervormingen wacht is volstrekt verkeerd. Niet alleen zullen zij die niet vermijden door er buiten te blijven, maar ze zullen nog harder worden getroffen doordat ze niet in staat zullen zijn om de voordelen te genieten die behoren bij een geïntegreerd Europa. Integendeel, in de EU zullen ze de mogelijkheid hebben om de neoliberale kapitalistische hervormingen met andere volken samen te trotseren. We moeten de bezorgdheid van al degenen, van wie er ook in Oekraïne velen zijn, die terecht vrezen dat het lidmaatschap van een vrijhandelszone met de EU dramatische gevolgen zal hebben voor hun baan en levensstandaard niet negeren. Het recht van de naties op zelfbeschikking betekent echter ook het verdedigen van het democratische recht van Oekraïne om tot de EU toe te treden.

 

Een massale democratische beweging

 

Niet minder paradoxaal is een andere tegenstrijdigheid van de recente massale opstand in Oekraïne. Het is in essentie een democratische beweging, tegen een regime dat de belangen van de machtige oligarchie van het oosten van Oekraïne vertegenwoordigt. Een autoritair regime, bekend om zijn electorale fraude, gekenmerkt door corruptie en de plundering van de nationale rijkdom. Deze beweging kende een nieuwe opleving en toonde veel elan en buitengewone vastberadenheid in de strijd toen op 16 januari het volgzame parlement voor radicale beperkingen op de democratische vrijheden stemde. Tijdens de opstand was er sprake van een duidelijke onafhankelijkheid ten opzichte van de belangrijkste oppositiepartijen, die als gediscrediteerd werden beschouwd.

De op Maidan in Kiev verzamelde massa heeft nooit het gedenkwaardige trio opscheppers als hun leiders erkend. Het zijn zij zelf die zich hebben opgeworpen als leiders, en het is in deze hoedanigheid dat zij krachtig werden begroet door de politieke elites van de EU en de internationale media. Dit trio leidde de beweging nergens heen en zou haar alleen maar naar een nederlaag hebben kunnen leiden. Ze beloofden vage ‘maatregelen die deze keer zeker effectief zullen zijn’, zoals bijvoorbeeld een parlementaire stemming om de presidentiële macht in te perken. Dat allemaal om de beweging in een toestand van inertie te houden of er tenminste voor te zorgen dat Janoekovitsj niet uit de macht werd verdreven. Zonder succes. De massa’s op Maidan volgden hen niet en ze werden een paar keer bespot en onderbroken. Wat overheerste op Maidan was zelforganisatie en een onbreekbare wil om te vechten tot de overwinning en de omverwerping van het regime.

In het niet zo verre verleden, was het een nachtmerrie van de mondiale anders-globaliseringsbeweging en tal van massale protesten in Europa dat zich strijdgroepen zouden vormen die optraden zonder hun instemming, buiten elke democratische controle, maar in naam van deze bewegingen. Wat ook hun vaandel zou zijn, onbewust zouden zij in hun praktijk uiterst rechtse ideologieën die geweld bevorderen reproduceren. Het is niet verwonderlijk dat ze erg open zouden staan voor provocaties die tot politie repressie tegen de massabewegingen zouden leiden en de staat een uitstekend voorwendsel zouden geven om de beweging te onderdrukken. Geconfronteerd met uiterst brute politie agressie had Maidan dringend behoefte aan zelfverdedigingskrachten. De beweging was echter te zwak en te ongestructureerd om strijdorganisaties onder haar soevereine sociale macht te plaatsen en het ontstaan van ongecontroleerde milities te voorkomen. Het resultaat van deze zwakte was het verschijnen van een gewapende macht gedomineerd door een coalitie van uiterst rechtse commando’s, de Rechtse Sector, bij de strategische barricade op de Hroesjevskistraat, vlak bij Maidan.

Er spelen een aantal vreemde zaken rondom deze rechtse coalitie, waaronder haar openheid voor provocaties. Zo is er bijvoorbeeld het verbijsterende feit dat op donderdag 20 februari, toen op Maidan het bloed stroomde, Dmytro Jarosj, de opperbevelhebber van de Rechtse Sector, een geheime ontmoeting had met Janoekovitsj, iets wat na de val van de laatste door journalisten werd ontdekt. Waar hadden ze het over? In het nauw gedreven verklaarde Iaroch daarover: “Het ging over de overeenkomst zoals die later werd ondertekend. Ik weigerde te tekenen. Ik vertelde hem dat we geen marionetten zijn. En ik zei: ViktorFedorovytsj trek het leger terug, of er zal in heel Oekraïne een guerrillaoorlog uitbreken. Het was om te zeggen dat we niet op zouden geven, dat we onze wapens niet neer zouden leggen, dat we door zouden gaan tot het einde…” [3]. We weten niets meer van deze verbazingwekkende ontmoeting, maar het is een bom – misschien een tijdbom.

 

Een paradoxale alliantie

 

De zeer belangrijke rol van deze ultra-nationalistische formatie in de gevechten met de politie wierpeen bruine schaduw over Maidan. Net als de aanwezigheid van de leider van de rechts-radicale nationale partij, Svoboda onder de drie bovengenoemde opscheppers. De opstelling van Svoboda tijdens deze gebeurtenissen leverde het trio van de kant van een Oekraïense waarnemer de kwalificatie “zakkenroller van de revolutie” op. [4] De Russische propaganda heeft geprobeerd om dit te gebruiken om Maidan in diskrediet te brengen als een fascistische of neonazistische beweging [5]. Dit leidde er toe dat 40 Oekraïense en buitenlandse historici gespecialiseerd in het Oekraïense nationalisme het nodig achtten om te reageren. “Maidan”, zeiden ze, “is een bevrijdings- en niet een extremistische beweging, een massa-actie van burgerlijke ongehoorzaamheid”. Ze waren zich bewust van de risico’s die de extreemrechtse deelname met zich meebrengt voor Maidan en riepen de media in de wereld op om niet te suggereren dat Maidan “wordt geïnfiltreerd, geleid of overgenomen door fanatieke radicaal-etnocentristische groepen”, en ze vroegen de media om rekening te houden met het feit dat dergelijke suggesties koren op de molen zijn van het Russische imperialisme, dat “een veel ernstiger bedreiging voor de sociale rechtvaardigheid, rechten van minderheden en politieke gelijkheid vormt dan alle Oekraïense etnocentristen bij elkaar” [6]

Het is een feit dat Maidan het toneel was van een verbazingwekkende alliantie van de democratische massabeweging met de uiterst rechtse milities. Dat is de tweede grote tegenstrijdigheid. Voor deze beweging is dat een dodelijk gevaar. Maar grote massabewegingen worden nooit door de Geschiedenis ingeënt tegen dit soort gevaren. Zelfs bewegingen die vanuit een klassestandpunt zijn opgebouwd, laat staan bewegingen die dat niet zijn, zoals die in Oekraïne, moeten leren van hun eigen pijnlijke ervaringen.

Ze bewegen zich tastend voort over het politieke toneel waarbij hun sociale natuur uitkristalliseert en ze zich politiek differentiëren terwijl ze op kronkelwegen vol doodlopende straten en valkuilen lopen. Ze zijn tot dat alles veroordeeld, tenminste tot het moment dat ze hun eigen organische politieke kracht hebben opgebouwd die hen in staat stelt hun eigen actieprogramma’s en coherente strategieën voor de strijd naar voren te brengen.

Binnen een volk dat – blootgesteld aan de imperialistische onderdrukking, druk of agressie – nog steeds haar eigen nationale kwestie niet op kan lossen zijn dergelijke paradoxale combinaties in principe onvermijdelijk. De redenen hiervoor werden verklaard door Mykola Chvylovy – communistisch schrijver en directeur van de Vrije Academie van Proletarische Literatuur – die in 1933 zelfmoord pleegde om te protesteren tegen de slachting van zijn volk door Stalin, net zoals vrijwel op hetzelfde moment de historische leider van de Oekraïense communisten Mykola Skrypnyk deed. Enkele jaren eerder schreef Chvylovy deze veelzeggende woorden: “Als een volk (zoals reeds meerdere malen geschreven ) eeuwenlang zijn wil om zijn organisme als een staatseenheid te vormen toont, zullen alle pogingen om dit op de een of andere manier te stoppen aan de ene kant de vorming van klassenkrachten tegenhouden en aan de andere kant een element van chaos in het wereldhistorisch proces introduceren. Het ontkennen van de aspiratie van onafhankelijkheid met behulp van een steriel pseudo-marxisme betekent niet begrijpen dat Oekraïne een actieterrein van de contrarevolutie zal zijn zolang het niet door deze natuurlijke fase gaat waar West-Europa doorheen ging toen de nationale staten werden gevormd.” [7]

Het is heel moeilijk door deze fase heen te gaan wanneer de naburige grootmacht zijn greep op zijn vroegere bezit niet los wil laten, dreigt met oorlog en annexaties, en als de nieuwe regering van neoliberalen en radicaal rechtse nationalisten niet minder tegen het volk is dan de voorafgaande regering en voor zichzelf een nieuwe oligarchische basis wil creëren en klaar is om het land aan een roofzuchtige kapitalistische globalisering te onderwerpen. Een ding is zeker. Deze nieuwe lente van de volkeren heeft weer een regime weggevaagd door lange strijd en zware offers. Voor de eerste keer heeft ze dit gedaan in Europa. Dat is een belangrijke gebeurtenis.

 

Zbigniew Marcin Kowalewski is adjunct hoofdredacteur van de Poolse editie van ‘Le Monde Diplomatique’ en schrijver van verschillende werken over de geschiedenis van de Oekraïense nationale kwestie, onder andere uitgegeven door de Nationale Wetenschappelijke Academie van Oekraïne. Dit artikel verscheen oorspronkelijk in de Poolse editie van ‘Le Monde Diplomatique’. De Nederlandse vertaling door de redactie van Grenzeloos is gebaseerd op de geautoriseerde Franse vertaling door Stefan Bekier.

 

http://www.grenzeloos.org/node/4888?language=en

[1] Zie Z.M. Kowalewski, “L’Ukraine : réveil d’un peuple, reprise d’une memoire”, Hérodote, n° 54-55, 1989 ; idem, “Między wojną o historię a wyprawami kijowskimi”, Le Monde Diplomatique – Edycja polska, n° 1 (95), 2014.

[2] Z.M. Kowalewski, “L’Ukraine entre la Russie soviétique et l’Europe orientale”, Nouvelle Europe, n° 3, 1990, p. 5.

[3] R. Malko, “Dmytro Jarosj : Moja zoestritsj iz Janoekovitsjem spravdi boela [Mijn ontmoeting met Janoekovitsj heeft werkelijk plaats gevonden]”, Ukrajins´kyj Tyzhden´, n° 9 (329), 2014, p. 12.

[4] W. Rasewycz, “Swoboda, maruderzy rewolucji [Svoboda, de zakkenrllers van de revolutie]”, Le Monde Diplomatique – Edycja polska, n° 3 (97), 2014.

[5] Op het web is de blog van Anton Shekhovtsov’s essentieel om het Oekraïense ultranationalisme in de context van Maidan te begrijpen. Zie ook: A. Umland (éd.), “Post-Soviet Ukrainian Right-Wing Extremism”, Russian Politics and Law, vol. 51, n° 5, 2013.

[6] A. Umland et al., “Kyiv’s Euromaidan is a Liberationist and not Extremist Mass Action of Civic Disobedience”, http://krytyka.com/ua/articles/kyyivskyy-evromaydan-tse-vyzvolna-ne-ekstremistska-masova-aktsiya-hromadyanskoyi-nepokory

[7] M. Khvylovy, The Cultural Renaissance in Ukraine: Polemical Pamphlets, 1925-1926, Edmonton, Canadian Institute of Ukrainian Studies, 1986, p. 227.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *